modub.nl MD/26 · AMSTERDAM · NL
BLOG · 2026·10·21 · ai · schrijven · claude-code · pseudoniem

Mijn boek is af, maar ik weet niet of het goed is

Er ligt een boek op tafel. Een paperback, met mijn tekst erin. Mijn naam staat er niet op, maar het is wel van mij.

In maart schreef ik dat ik een boek schreef en dat niemand het mocht weten. Een thriller, onder pseudoniem, met AI als sparringpartner. Het pseudoniem noem ik nog steeds niet. Maar het boek is af. Het e-book staat online, en een papieren exemplaar ligt hier dus naast mijn laptop.

Is het een goed boek? Geen idee. Ik heb het zo vaak gelezen dat ik er niks meer van kan vinden. En het doet er ook niet zoveel toe wat ik ervan vind. Het moet de doelgroep bevallen: lezers zoals mijn moeder, die veel lezen, een Kobo Plus-abonnement hebben en altijd op zoek zijn naar de volgende thriller.

Heb ik er veel van geleerd? Enorm. Heb ik wat gehad aan AI? Soms wel. Soms niet.

Zelf lezen bleek het zwaarst

Wat ik het meest had onderschat: het hele manuscript zelf opnieuw lezen. Het boek is in stukjes geschreven, hoofdstuk voor hoofdstuk, over maanden. Ik had het nog nooit in één keer als lezer gelezen. Dus maakte ik een leesversie in Obsidian, mijn notitie-app, en ging ik er met markeerstift doorheen. Na afloop stonden er 217 markeringen en 36 opmerkingen in. Zinnen die niet liepen, details die niet klopten, herhalingen.

Die herhalingen. In maart schreef ik al over het woord “alsof”, dat de AI overal tussen strooit. Bij de herlezing telde het boek er 130. Honderddertig keer iets wat leek op iets anders. Daarbij nog “het soort … dat”, en zinnen die eindigen met een nabrander die nog eens uitlegt wat je net hebt gelezen.

Corrigeren gaat in rondes

Elke ronde kijkt naar één ding. Eerst de grote dingen: klopt het verhaal, weet elk personage op elk moment alleen wat het mag weten, kloppen de dagen en de tijden? Daarvoor zette ik vijf AI-agents tegelijk aan het werk. Een agent is in mijn geval Claude met een vaste rol en een eigen instructie. Elk van de vijf had één bril op: de een keek alleen naar voorwerpen en aanwijzingen, de ander alleen naar de tijdlijn, een derde naar wat de dader op welk moment weet. Waar twee of meer agents los van elkaar hetzelfde vonden, wist ik dat het echt was.

Daarna de zinnen. Een lijnredactie (zin voor zin) op de alsof’s en de gedachtestreepjes, een stijlronde over het hele boek, spelling, en als laatste grammatica.

En elke ronde repareerde iets en maakte iets nieuws stuk. Een correctie-agent zag een naam die goed gespeld was, en maakte hem fout, omdat hij in de rest van het boek ook fout stond. Consequent, dat wel. Voor de grammaticaronde gaf ik één voorbeeld: een Engelse manier om een stilte in een gesprek op te schrijven, die je in het Nederlands anders doet. Zeven agents kregen hetzelfde voorbeeld en kozen allemaal dezelfde oplossing: “hij zweeg even”. Dat ging van 9 naar 23 keer in het boek.

De grammaticaronde liet ook echte fouten staan, met als reden “de lezer begrijpt het wel”. En miste vertaald Engels. “De dagen trokken samen” is grammaticaal prima, maar geen Nederlander schrijft dat op. Dat is gewoon the days blurred. Pas toen ik dat soort zinnen als aparte categorie benoemde, gingen de agents ze zien.

Na al die rondes kwam het punt waarop ik de tekst niet meer kon zien. De laatste leesronde heb ik daarom niet zelf gedaan. Iemand met redactie-ervaring leest nu mee, en wat daaruit komt verwerk ik later.

Het team

Voor dit boek bouwde ik een hele club agents, allemaal vernoemd naar vrouwen (over de vrouwen achter mijn AI-agents schreef ik eerder). Er is een plotarchitect, een stijlredacteur, een continuïteitsbewaker, een tempo-expert. Twee lezers speelden een grote rol: Hanna, een naïeve lezer van 55-plus die gewoon zegt wat ze raar vindt, en Griet, een kritische lezer die veel thrillers leest en hoge verwachtingen heeft. En dan zijn er Lorde en Midgley, geïnspireerd door de agents van Martijn Aslander, die niet naar het boek kijken maar naar de rest: Lorde zoekt wat het hele team mist, Midgley vraagt naar de aannames onder een besluit.

Het meeste had ik aan Lorde. Waar de anderen elk hun eigen hokje controleerden, vond zij de structurele dingen. Dat mijn hoofdpersoon in een hoofdstuk alles overkwam, bijvoorbeeld, in plaats van dat ze zelf iets deed.

En eerlijk is eerlijk: ik was vaak scherper dan de agents (al zeg ik het zelf ;)). Patronen die ik bij het lezen meteen hoorde, gleden er bij hen gewoon doorheen. Agents zijn goed in tellen en vergelijken. Horen of een zin klinkt, kan ik beter.

Waar ik nog aan twijfel

Is de verdachte niet te voor de hand liggend? Dat is de vraag waar ik het langst mee heb rondgelopen.

Om het te testen liet ik Hanna en Griet het boek blind lezen tot een bepaald hoofdstuk, zonder dat ze wisten hoe het afliep. Daarna moesten ze per verdachte een percentage geven: hoe zeker ben je? Dat deed ik op drie punten in het boek, en een paar dagen later nog eens met een herziene versie. In de laatste versie hield de naïeve lezer tot ver in het boek iemand anders verdacht. Precies wat ik wilde. Maar in de eerste hoofdstukken stond de juiste persoon bij allebei al bovenaan, en bij de kritische lezer bleef die persoon daar vanaf hoofdstuk twee staan. Niet zeker, maar wel bovenaan.

In april had ik al eens een extra verdachte bedacht. Drie agents waren het unaniem oneens met dat idee, en Lorde vroeg: als de lezer ruim voor het einde vermoedt wie het is, haakt ze dan af of leest ze juist harder door? In een psychologische thriller is het waarom vaak spannender dan het wie. Die extra verdachte ging eruit, ook al zat er al werk in. In oktober zette ik er toch weer een tweede verdachte bij, een andere en beter ingebouwd. De testlezers pikten die tweede verdachte op, maar noemden het ook “een naam zonder gezicht”.

Dan het plot zelf. De eerste helft van het boek schreef ik met een andere dader in mijn hoofd dan de dader die het uiteindelijk werd. Daarna heb ik steeds gerepareerd en verder gebouwd op wat er al stond. Loskomen van een plot waar ik misschien niet helemaal achter sta: dat viel tegen.

En de schrijfstijl. Ik vind het hier en daar wat wollig. Beschrijvingen die net een zin te lang doorgaan. Maar ik ben niet de doelgroep. Wat als de lezer die ik voor ogen heb dit juist graag leest?

Publiceren was het makkelijke deel

Gek genoeg ging het publiceren het soepelst. En dat kwam echt door Claude. Het e-book ging via Kobo, de paperback via Brave New Books. Bij Brave New Books moet je hun eigen Word-sjabloon voor het gekozen formaat gebruiken, en het aantal pagina’s tel je pas in hun voorbeeldweergave. Mijn eigen pdf kwam twaalf pagina’s lager uit, en de dikte van de rug op de omslag hangt daarvan af. Het prijsveld sprong steeds terug, omdat een komma als decimaalteken niet werkt en een prijs onder hun minimum wordt genegeerd. En op de pagina met publicatiegegevens deed de knop Opslaan in mijn DuckDuckGo-browser helemaal niks. In Chrome wel.

Dat zijn dingen waar ik in mijn eentje avonden op had kunnen vastlopen. Nu was het steeds: probleem, uitleg, volgende stap.

Ook bij het omslag hielp AI, al was het niet alleen Claude. Claude schreef de briefing, de afbeelding op de voorkant kwam uit ChatGPT, en daarna deed Claude de opmaak voor de paperback met rug en achterkant. Die opmaak is gebouwd als webpagina en door een browser omgezet naar een afbeelding van drukkwaliteit. Niet de manier waarop een ontwerper het zou doen. Maar het ligt nu wel op tafel. En laten we wel wezen: mijn moeder leest dit boek op haar e-reader, in het lettertype en de grootte die zij prettig vindt. Wat voor plaatje er op de voorkant staat, kan haar weinig schelen.

Achterin, in het colofon (de pagina met de gegevens over de uitgave), staat één zin: “Dit boek is met behulp van AI geschreven.” In maart schreef ik nog dat ik er open over wilde zijn, maar niet in het boek. Dat is dus veranderd. Ik ben op dit moment van mening, zeker gezien de recente ophef over het al dan niet gebruiken van AI door aanstormende literaire talenten, dat het belangrijker is een schrijver aan te laten geven hoe en waarvoor AI is gebruikt, niet of het is gebruikt.

Over de schutting

En toen was ik er klaar mee. Er stonden nog open punten op de lijst, en er was vast nog een ronde te bedenken die iets zou opleveren. Ik heb het boek maar gewoon over de schutting gegooid.

Volgens een reconstructie achteraf zit er minstens tachtig uur in, en dan tel ik de avonden lezen op de bank niet eens mee. Het doel was 80.000 tot 85.000 woorden. Het werden er zo’n 77.000.

Is het een goed boek? Ik weet het echt niet. Maar het is af. En ik heb het in de leeslijst van mijn moeder op haar Kobo-account gezet. En af en toe check ik of ze al gestart is. Vooralsnog niet.

Hou jij van thrillers? En wil je mijn boek lezen? Stuur me dan een mail of bericht op Mastodon en dan stuur ik je de epub. Of de link naar Kobo Plus, mocht je dat hebben. Dan verdien ik nog wat terug van mijn dure AI-abonnementen ;)

Wil je weten hoe dit voor jou zou werken?

Plan een kennismakingsgesprek →
30 MIN · GRATIS · GEEN VERKOOP