Ik luister altijd met veel plezier naar de podcast van Adriaan van Dis. Het is een goede realiteitscheck. En hoewel hij zich er weinig over uitspreekt, ging het afgelopen zaterdag even over kunstmatige intelligentie.

“Denk zelf nou,” zei Van Dis. En: “Ze hebben mij niet gevraagd of ik het goed vind.”


Het ongemak

Wie dit blog leest of mij recent heeft gesproken, heeft het al gemerkt: ik heb me nogal verloren in enthousiasme over programmeren met AI. In korte tijd bouwde ik diverse apps, zette ik oude WordPress websites live en schreef ik blogposts over mijn bouwproces.

Maar iets knaagt.

Is dit allemaal wel echt nodig? Kan ik het voor mezelf verantwoorden? De mensen om mij heen zijn, net als ik tot afgelopen zomer, zeer terughoudend met het gebruik van AI. En terecht, want er zijn serieuze bezwaren.


Wat het kost

Van Dis en zijn gesprekspartner hadden het over de datacenters. “Kijk maar eens door Noord-Holland. Kijk maar eens in Oost-Groningen. Daar zie je die enorme dozen staan.”

Het energieverbruik van AI is gigantisch. Elke vraag die ik stel, elke regel code die Claude voor me schrijft, kost stroom. Veel stroom. En dat in een tijd waarin we juist minder zouden moeten verbruiken.

Dan zijn er de ethische kwesties. Hoe zijn die taalmodellen getraind? Op wiens werk? Met wiens toestemming? Het voelt een beetje vies, als ik eerlijk ben.


Wat het oplevert

Maar aan de andere kant.

Ik heb nog nooit zoveel vrijheid en autonomie gevoeld. Ik ben niet meer afhankelijk van anderen om te maken wat ik nodig heb. Een app om mijn gewoontes bij te houden? Gebouwd. Een taalleer-app voor Zweeds? Gebouwd. Oude websites uit het archief halen? Gedaan.

En misschien nog belangrijker: ik kan de privacy van mijn data beter borgen. De apps die ik voor mezelf bouw, hoeven geen data naar externe servers te sturen. Geen privacy policies van bedrijven die ik moet vertrouwen. Mijn data blijft van mij.

Dat is me ook wel wat waard.


Het dilemma

Ik ben er nog niet uit.

Enerzijds wil ik niet bijdragen aan wat het allemaal kost. Het energieverbruik, de datacenters, de ethische kwesties rondom training data. Het voelt niet goed om daar aan mee te doen.

Anderzijds geeft het me iets wat ik niet eerder had: de mogelijkheid om mijn eigen gereedschap te maken. Niet afhankelijk van platforms die mijn data verkopen. Niet afhankelijk van abonnementen op software die mijn workflow bepaalt.

Eigenaarschap versus footprint.

Ik weet nog niet hoe ik die balans moet vinden.


Denk zelf nou

Misschien is dat wel de kern van wat Van Dis zei. “Denk zelf nou.” Niet klakkeloos meegaan in het enthousiasme. Maar ook niet klakkeloos meegaan in de afwijzing.

Nadenken over wat je ermee doet. Waarom. En of het dat waard is.

Ik denk nog even door.


Soms is het antwoord: ik weet het nog niet. En dat is ook een antwoord.