Vanochtend zat ik bij NPO Radio 1, bij Nieuwsweekend, te praten over mijn digitale rommel. Twaalf minuten lang. Op de radio. Over foto’s die ik nooit meer terugkijk en een AI-agentje dat ik Margareta noemde.
Dat is niet iets wat je zomaar overkomt. Dus hoe kwam ik daar terecht?
De aanleiding: een blogpost uit januari
In januari schreef ik over Margareta, de AI-opruimcoach die ik zelf bouwde om mijn vijftien jaar aan digitale rommel aan te pakken. Niks bijzonders, gewoon een blogpost zoals ik er wel meer schrijf. Uw Monique deelt haar geklungel, in de hoop dat iemand zich erin herkent.
Bleek de adjunct-eindredacteur van Nieuwsweekend die post gelezen te hebben. Een voorgesprek volgde, en toen ineens: een uitzending in de agenda. Zaterdag 15 augustus, 09:30 uur, live, twaalf minuten met presentatoren Mieke van der Weij en Pieter van der Wielen.
Weinig voorbereidtijd
Vrijdag, de middag voor de uitzending, ontving ik de briefing met het concept van het gesprek. Ik had weinig tijd om me voor te bereiden, maar het zou gaan over mijn eigen ervaring en ik weet dat ik daar altijd makkelijk over kan kletsen. Voor de zekerheid zocht ik nog wel wat cijfers op van het genereren van data door burgers, want stel dat ze daarover beginnen….
De studio
Het was niet mijn eerste keer op de radio. In een vorig leven deed ik al eens mee aan een item over composteren met wormen. Maar dat was een reportage op locatie, die later door de redacteuren is geknipt. Dat is toch wel andere koek dan live je verhaal doen. Gelukkig (vraag me niet waarom) ben ik nooit zenuwachtig, dus zonder belemmering op dat gebied reed ik met goede zin naar Hilversum. Er zat een intimiderende hoeveelheid mensen in de regiekamer, daar had ik geen idee van. Maar eenmaal in de studio merk je daar weinig van.
Wat er anders liep dan ik dacht
Ik had het geoefend als een gesprek. Het werd een soort van spervuur.
De vragen kwamen sneller dan ik had voorbereid, en op een gegeven moment merkte ik dat ik mijn eigen verhaal kwijt was. Niet omdat ik het niet meer wist, maar omdat er domweg geen ruimte voor was tussen de volgende vraag door. Ik moest letterlijk even pas op de plaats maken om terug te vinden waar ik het over wilde hebben, in plaats van van vraag naar vraag te hobbelen. Grapjes die ik had ingestudeerd, kwamen daardoor voor de helft niet uit mijn mond. Dat is denk ik ook gewoon live radio: jij bepaalt niet het tempo, de klok wel.
Het gesprek boog ook meer af naar klimaat en milieu dan ik had voorzien, richting datacenters en energieverbruik. Eerlijk gezegd is dat niet mijn sterkste kant. Ik weet hoe ik mijn eigen digitale rommel opruim, ik weet een stuk minder goed hoe dat zich verhoudt tot wereldwijd energieverbruik. Ik gaf daar ook eerlijk antwoord op (er is geen kant-en-klare boekhouding per datacenter, wel een cijfer van IDC dat ongeveer de helft van alle wereldwijd gegenereerde data van gewone mensen komt), maar merkte tegelijk dat het gesprek daardoor verder van mijn eigen ervaring af kwam te staan dan waar ik het liefst was gebleven: bij het gewoon héél herkenbare gevoel van 300 foto’s van dezelfde papegaaiduiker op dezelfde rots, en geen idee meer wat er nou eigenlijk in je cloud staat.
Waar het wel over ging
Tussen dat spervuur door kwam toch het hele verhaal langs. Waarom ik ooit begon: niet met bestanden opruimen, maar met van Gmail af willen en mijn spullen terughalen uit allerlei clouds, en ontdekken dat ik dat overal had liggen, online en offline, terwijl ik het deze keer niet meer half wilde doen. De vraag hoe big tech vermijden en AI gebruiken zich tot elkaar verhouden (kort samengevat: ik laat AI niet door mijn bestanden snuffelen, ik gebruik het juist om zelf de regie te pakken, inclusief een eigen server die ik zonder die hulp nooit had ingericht). En natuurlijk Margareta zelf, vernoemd naar Margareta Magnusson en döstädning, de Zweedse doodsschoonmaak.
Je kunt het hele fragment terugluisteren:

Tot slot, voor wie nog vastzit aan die ene U2 plaat
De laatste vraag van Pieter van der Wielen bracht een glimlach op mijn gezicht: die ergernis van destijds, Songs of Innocence van U2, het gratis album dat iTunes ons in 2014 ongevraagd door de strot duwde. Hoe kom je daar nou vanaf, als het nog ergens op je telefoon staat? Ik vroeg het aan mijn digitale opruimcoach.
Het antwoord kwam meteen: “Verwijderen. Je hebt er toen niet om gevraagd, je hoeft het nu niet te verantwoorden. Zelfs Bono snapt dat inmiddels.” En omdat ik weet dat sommige mensen dit al twaalf jaar voor zich uitschuiven, meteen de instructie erbij:
- Open de Muziek-app op je Mac, of Apple Music op je telefoon.
- Zoek op Songs of Innocence of gewoon U2.
- Verwijder het album: op de Mac rechtsklik je erop en kies je “Verwijder uit bibliotheek”, op de iPhone veeg je het naar links en tik je op “Verwijderen”.
- Het blijft daarna nog wel ergens zichtbaar in je Apple-aankoopgeschiedenis, maar dat is alleen een administratief spoor, het komt er niet vanzelf weer bij in je bibliotheek.
Klaar. Een stukje rommel van twaalf jaar oud, in twee minuten weg.
En dat is denk ik ook precies waar het op neerkomt, na twaalf minuten radio erover. Maak een bewuste keuze over wat je bewaart, waar, en waarom. Dat is het begin. En maak daarna een plannetje om je digitale erfgoed op te schonen, met AI, met een echte opruimcoach van vlees en bloed, of gewoon in je eentje met een timer en een paar herinneringen in je agenda. Maakt niet zoveel uit hoe. Als je dat U2-album er tenminste bij weg gooit.
Gerelateerd: Opruimen met een digitale opruimcoach, de blogpost die dit interview op gang bracht.
Reacties
Reageer op dit artikel via Mastodon! Reageer op de originele post en je reactie verschijnt hier.